Kaftontwerp 2010: Yoko Enoki

Operatie Diversiteit

Enkele cultuurkritische beschouwingen

Walter Weyns

Sinds het woord ‘diversiteit’ als een vlag wappert boven allerlei soorten van beleid – op domeinen als onderwijs, welzijn en gezondheid, arbeidsmarkt, cultuur – heeft het zijn aanwijzend karakter grotendeels verloren. Het is een waarde geworden, een abstract streefdoel, en misschien nog meer een ‘doewoord’, een signaal om tot actie over te gaan. Men hoort of leest ‘diversiteit’ en nog voor er maar een begin van een denkbeeld in het hoofd opkomt is men al bezig met het nemen van maatregelen ter bevordering ervan. Want diversiteit is goed, moet beschermd worden of gestimuleerd.

Beleids- en reclamemensen houden van zulke woorden met een kleine denkinhoud en een groot handelingsimpact. Ze willen immers het handelen van mensen veranderen; bijsturen, zoals dat heet. Het gaat hen niet om werkelijk inzicht. Er moet gekocht worden, denkt de reclameman, er moet gewandeld worden op de uitgestippelde route, denkt de beleidsvrouw. Het resultaat is wat telt.

Ik twijfel er niet aan dat het woord ‘diversiteit’ een betekenis heeft (die sterk verschilt van context tot context) en ik betwist ook niet dat er zeer goede redenen zijn om te spreken van bijvoorbeeld culturele of sociale diversiteit. Maar nu ‘diversiteit’ door de overheid is uitgeroepen tot een must heeft het woord, in navolging en gedeeltelijk ter vervanging van het voormalige en al even vage troetelwoord ‘integratie’, een bevelskarakter gekregen. Het fungeert als een ordewoord, een strijdkreet, een ‘ten aanval’. En zelfs als er wordt gezegd ‘we moeten nadenken over diversiteit’, betekent dit vaak niets anders dan: we moeten manieren vinden om mensen zo te leren denken dat ze diversiteit, wat het dan ook moge wezen, aantrekkelijk vinden. Sensibilisering heet dat...

...lees verder...