Juli-Augustus 2012

Frans van der Lugt

Lief en Leed uit Homs

Verslag van een ooggetuige

Met ons jezuïetenhuis zitten we in het hartje van Homs, in de christelijke wijk Boustan Diwan. Daar zijn nu juist weer hevige bombardementen geweest. Weer veel huizen kapot; van de nog overgebleven 350 families proberen weer een hoop christenen, voor zover mogelijk, weg te vluchten. Ze waren in deze streek met zo'n 100.000, nu zijn er nog 1.000. Hoe zijn we zover gekomen?

Laten we teruggaan naar begin september 2011. Toen zagen we ineens in onze christelijke wijken gewapende groeperingen rondlopen die de macht in onze buurt hadden overgenomen. Straten werden afgezet en we mochten ons huis bijna niet meer uit. Dit duurde drie dagen. Toen kwam het leger, dat die gewapende groeperingen verdreef. Het gewone leven kon zijn loop weer min of meer hervatten. Maar die groeperingen bleven rond onze wijken hangen en probeerden op hun beurt het leger weer te verdrijven. In een bloedige strijd zijn ze daarin eind februari 2012 geslaagd. De regering had hier toen niets meer te vertellen, we vormden een staat binnen de staat, met eigen grenzen. Het officiële leger en de politie vestigden zich aan de andere kant van die grens en het werd geen gemakkelijke zaak die grens te overschrijden. Wederzijds werd erop elkaar geschoten, een waar kogelveld achterlatend.

Hoe moeten we die gewapende groeperingen precies benoemen? In september 2011 zagen we bij die groepen van alles rondlopen. Ze maakten de indruk slecht georganiseerd te zijn, weinig geschoold, en in staat tot gewelddadige acties. Deze groepen kwamen voort uit soennitische volkswijken en hadden de val van de regering op het oog, evenals een overname van de macht. Na het verdrijven van het leger zagen we die groepen weer terug in onze wijk, maar nu veel beter georganiseerd. Ze noemden zich zelf nu ‘het vrije Syrische leger’. In elke buurt hadden ze op dat moment een hoofdkwartier met chef en politie, en ze stichtten eigen ziekenhuizen en werkplaatsen voor het repareren van hun voertuigen en wapens. Ze hadden een overvloed aan voedsel en deelden die ook uit aan arme mensen. Ze werden financieel en militair gesteund van buitenaf. Tot nu toe is dit vrije leger heer en meester in onze christelijke wijken (Hamidiyye en Boustan Diwan), maar het officiële leger laat zich nu niet onbetuigd en wil de verloren wijken terugveroveren.

Waarom trekken de christenen weg?

Maar laten we ons nu eerst de vraag stellen: waarom zijn de meeste christenen uit hun wijken weggevlucht ? Tijdens die hevige strijd in de christelijke wijken tussen het officiële leger en het vrije Syrische leger in de maand februari 2012 zijn er nogal wat huizen verwoest. Veel christenen zijn toen weggetrokken, ook al omdat die gewapende groeperingen de macht weer overnamen. Zo kwamen veel huizen leeg te staan en die werden langzaam maar zeker bezet door andere groeperingen: soldaten van het vrije Syrische leger, hun familie en mohammedaanse vluchtelingen uit andere streken. Nogal wat huizen kwamen zo bloot te staan aan vandalistische operaties zoals plundering en diefstal. Maar andere huizen ondervonden geen schade en bleven zonder bezetting.

Ongeveer zes weken geleden is het staatsleger een tegenaanval begonnen op het vrije Syrische leger in de christelijke wijken, maar nu kwam dat staatsleger te staan tegenover een goed georganiseerd leger en kon de staat de macht niet meer, zoals de eerste keer, in drie dagen overnemen. Felle gevechten kwamen tot stand tussen die twee legers en deze duren tot nu toe voort, zonder dat het officiële leger onze wijken kan binnenvallen. Ons grote probleem is nu dat het staatsleger onze wijken bombardeert, in de hoop zo het vrije Syrische leger klein te krijgen. Maar het enige resultaat is dat veel christelijke huizen en ook kerken (we hebben hier vijf kerken) worden gebombardeerd en gedeeltelijk of geheel worden verwoest,terwijl de soldaten van het vrije leger ongedeerd blijven. Deze verschuilen zich in de kelders van huizen van christenen om zich te beschermen tegen de bombardementen. We zien ook steeds meer soldaten van het vrije leger uit andere streken hier aankomen. Zij bestrijden dan gezamenlijk vanuit de christelijke wijken het officiële leger.

Door die hevige bombardementen trekt een groot deel van de overgebleven christenen ook weg; hun huizen vallen weer in handen van het vrije Syrische leger en van de vluchtelingen. Ook de kerkleiders zijn bijna allemaal vertrokken. Onze straten worden nu alleen nog maar bevolkt door soldaten en onze wijken zijn een groot slagveld geworden. Met name de laatste dagen zijn er weer veel bombardementen geweest, maar het staatsleger slaagt er (nog) niet in een einde te maken aan de hegemonie van het vrije leger in de christelijke wijken.

Een merkwaardige Palmzondag

Ongeveer anderhalve maand geleden hebben wij hier in ons huis veertig moslimvluchtelingen uit andere streken ontvangen: zeven families, met man , vrouw en kinderen. Tot nu toe wonen ze bij ons en wij zijn een grote familie geworden. Mede dankzij hulp van anderen kunnen we zorg voor hen dragen. Een imam van de moskee naast ons huis komt ons bijvoorbeeld voortdurend vragen of we brood of andere etenswaren voor die families nodig hebben. Laatst kwam hij ons onder het vallen van bommen brood brengen.

De keuken van al die families is gemeenschappelijk, maar iedere familie eet apart. Vaak komen ze ook bij ons eten, of wij eten met een van die families. Zij koken ook altijd voor ons. Vanmorgen zat ik te ontbijten en een van die moeders kwam bij mij aan tafel zitten. Als sluier had ze een handdoekje op haar hoofd gelegd. Na wat over haar zorgen verteld te hebben, vroeg ze mij heel beschroomd: ‘Mag ik je vragen of je vuile was hebt?’ We hebben een paar bommen op ons dak gekregen, met gelukkig alleen maar materiële schade. Na het vallen van die bommen functioneert er bijna niets meer, maar alles wordt in de kortste tijd gerepareerd. De mensen die bij ons wonen, zijn erg handig in het repareren van waterleidingen, elektriciteit, telefoon... En ze helpen ook de mensen uit de buurt, bijvoorbeeld met het doen van hun was.

Ze hoorden ook dat ik met de overgebleven christenen (vooral orthodoxen) Palmzondag wilde vieren. Ze zeiden toen tegen mij: ‘De kerk ligt vol stof van al die bombardementen; we gaan samen de kerk schoonmaken en dan komen we zondag ook in de mis’. Zo gebeurde het ook. Palmzondag zaten ze samen met de ortodoxen in de mis, hun kinderen met hun mooiste kleren op de eerste rij. We hebben ook een imam bij ons wonen, met zijn vrouw en kinderen. Die heb ik toen gevraagd tijdens de mis een tekst uit de Koran voor te lezen. Dit deed hij met veel enthousiasme en zowaar kwam hij ook nog met een mooie preek voor de dag, over broederschap. En toen wilden ook de meesten communiceren. De vrouw van de imam kwam er ook aan. Toen gingen al mijn dogmatische neigingen (voor zover ik die nog heb of ooit gehad heb) de mist in.

Paasgeloof

En dan het Paasfeest. Weer iedereen in de mis. Dood, leven, verrijzen. Wat hebben die mensen een natuurlijk Paasgeloof. Onder bombardementen zijn ze op de vlucht geslagen. Alles hebben ze verloren, maar hun geloof in het leven niet. Ze kunnen nog glimlachen, dienstbaar zijn, kinderen blij maken. Ze zijn naakt en met lege handen door de dood heen getrokken, op weg naar nieuwe levensmoglijkheden. Hun geloof heeft niets kunstmatigs, maar komt opborrelen uit een levensbron die diep in hun aarde huist.

Laatst zat ik in mijn volkswagenbusje uit 1976 en zag ik op de weg naar Damascus vluchtelingen langs de weg staan, een paar mannen, een hoop vrouwen en kinderen. Een man droeg een oud kinderwagentje en een vrouw de baby. Iedereen, zo'n twintigtal, kon bij mij de wagen in. ‘Waar komen jullie vandaan?’ ‘We zijn weggevlucht uit ons dorp, mannen wilden ons afmaken’. ‘Waar gaan jullie naartoe?’ ‘Naar Damascus’. Hebben jullie daar dan vrienden of bekenden?’ ‘Nee, maar goede brave mensen zijn er altijd in de wereld’. Wat is dat een prachtige zin: ‘goede brave mensen zijn er altijd in de wereld’. Ze hebben alles verloren, maar niet hun geloof in de goedheid van mensen. En vluchtelingen vinden in feite bij de moslims een warm onthaal. De parabel van de barmhartige Samaritaan zit in hun bloed.

De miserie van de oorlog

Uit mijn relaas zal wel gebleken zijn dat de christenen in onze wijken het hard te verduren hebben. Het is niet goed te praten dat het vrije Syrische leger de christelijke wijken heeft ingenomen om deze als slagveld te gebruiken voor het bestrijden van het officiële leger.

Door de oorlogslustige aanwezigheid van het vrije leger in de christelijke wijken is het staatsleger begonnen die wijken te bombarderen, zonder enig resultaat. Het is goed te begrijpen dat de christenen zijn vertrokken. In hun wijken functioneerde bijna niets meer: geen regering, geen scholen, winkels gesloten, geen werk, geen loon, geen internet en mobiel telefoonverkeer, vaak geen elektriciteit, vaste telefonie en water. En daarbij dan voortdurend bombardementen, met levensgevaar. Bij dit alles hebben de ouders er vooral aan gedacht scholen voor hun kinderen te vinden. Zo zijn ze vertrokken naar andere christelijke gebieden waar alles normaal functioneert. Maar ook daar hebben ze geen rust gevonden. Van de ene kant werden ze vaak uitgebuit door de christenen aldaar (hoge huur, hoge prijzen) en van de andere kant bleven hun gedachten uitgaan naar Homs, waar hun huizen bloot bleven staan aan verwoesting, bezetting, diefstal en plundering.

Zo'n 1.000 christenen leven nog in onze streek, vooral oudere mensen. Ze ondergaan de situatie gelaten. Je hoort ze zeggen: ‘We leven onder Gods oog; we kunnen er niets aan doen, maar God zij geloofd’. Anderen zeggen: ‘Jezus beschermt ons’. Ze leven vooral in kelders. Er is niet zozeer gebrek aan voedsel als wel aan medicijnen. En we hopen maar dat niemand komt te overlijden. Laatst stierf een van onze parochianen (Latijnse ritus). We konden nergens een doodskist voor hem vinden. Toen opgebeld naar een andere stad. Van daaruit wilden ze de doodskist wel tot aan de grens van Homs brengen, maar de stad wilden ze niet in. Toen ben ik die kist met mijn volkswagentje gaan halen, met de toestemming van de beide legers. Toen kwam er een nieuw probleem: waar die goede man te begraven, waar de uitvaart te houden? Onze kerk ligt in een gevaarlijk gebied en daar gaan de mensen niet zo gemakkelijk heen. Toen hebben we in een wat veiliger gebied een orthodoxe kerk gevonden en daar hebben we afscheid genomen van onze parochiaan.

Hoe moet het verder?

Tot nu toe heb ik een beschrijving gegeven van wat we hier in Homs hebben meegemaakt van september 2011 tot april 2012. Wat nu nog te zeggen over de situatie in het algemeen? Mogen we aan de horizon al een hoopvolle gloed verwachten of zitten we nog volledig in de mist?

Op de eerste plaats moet worden gezegd dat het heel moeilijk is een genuanceerd en objectief verslag van de gebeurtenissen te geven. Veel journalisten vervallen in zwart-witbeschrijvingen. Het goede en kwade zijn bij hen niet met elkaar verweven, maar worden uit elkaar getrokken. Ze demoniseren de een en verheerlijken de ander. Zo is het bijvoorbeeld niet waar dat onze regering alleen maar slechte kanten heeft en de oppositie alleen maar goede. Maar omdat de VS, Europa en bepaalde Arabische landen achter de oppositie staan, proberen ze deze bewust of onbewust zoveel mogelijk te idealiseren, zonder een zorgvuldige analyse van de werkelijkheid. Bepaalde belangen verblinden de kijk op die werkelijkheid en besmetten de beschrijving ervan. Ik zit nu al 48 jaar in deze wereld en telkens opnieuw ervaar ik hoe moeilijk het voor een buitenstaander is deze wereld te begrijpen. Onze werkelijkheid is enorm gecompliceerd en veel landen zijn er bij betrokken, zoals de Verenigde Staten, Rusland, China, Europa, Turkije, Israël, Iran, Libanon, Irak, Egypte en Jordanië. Het gaat bij hen om allerlei belangen: de bescherming van Israël, de oliebelangen en de wapenhandel (in het Midden-Oosten komt 55% van de wapens uit België). De een staat achter de soennieten, de ander achter de alawieten. Weer anderen vrezen of verlangen een sectarische oorlog. En dan wordt er gepraat over een nieuw Midden-Oosten met confessionele staatjes.

Het een en ander is moeilijk te voorspellen. Laten we eerst maar afwachten wat de afloop gaat worden van de strijd tussen het officiële leger en het vrije Syrische leger. Kunnen de Syrische regering en de oppositie tot een dialoog komen of moet het per se uitlopen op de overwinning van de een en de nederlaag van de ander? Onze nabije toekomst hangt af van het antwoord op deze vraag.



© S T R E V E N