Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel verdient?

We need to talk about Kevin

 

We need to talk about Kevin… Niet over Kevin Khatchadourian, die in de bestseller van Lionel Shriver (prachtig verfilmd door Lynne Ramsay) koelbloedig acht mensen vermoordt, maar over Kevin De Bruyne. De reden waarom we de beste voetballer van België moeten bespreken, zijn de uitspraken die hij deed tijdens een interview in 2022, toen hij bij Manchester City speelde. In een openhartig gesprek met de Britse krant The Guardian gaf de voormalige aanvoerder van City toe dat zijn weekloon van 450.000 euro niet overdreven was. ‘Ik vergelijk het met een zanger op een concert waar 60.000 mensen komen kijken. Ik bekijk het logisch. Er kijken miljoenen mensen naar het voetbal op tv, er zijn 60.000 mensen in het stadion, de inkomsten van een club bedragen £500–£600 miljoen. Ja, het is veel geld, maar is het te veel? Als de club het kan betalen, is het niet te veel. Het is geen populair antwoord, maar zo zie ik het’.[1] Met wat De Bruyne in één week verdient, zou hij moeiteloos een luxueuze villa kunnen kopen in Drongen, zijn geboortedorp. Ongetwijfeld is De Bruyne een buitengewoon getalenteerde voetballer, maar is hij werkelijk zoveel geld waard? Met andere woorden: verdient hij moreel wat hij financieel verdient? Ik denk het niet. Er zijn te veel arbitraire factoren die beletten om die astronomische som op zijn bankrekening volledig te rechtvaardigen. Hieronder som ik er enkele op.

 

Een veelheid aan arbitraire factoren

Ten eerste is het voetbaltalent dat De Bruyne bezit een kwestie van genetisch geluk. Niemand kiest zijn genen. Niet iedereen is genetisch voorbestemd een topvoetballer te worden. Hoe hard de auteur van dit essay ook zou trainen, hij zal nooit het niveau van De Bruyne bereiken. Dit brengt me bij het tweede argument. Heeft De Bruyne niet gewoon hard gewerkt om dat bedrag te verdienen, en rechtvaardigt dit zijn loon? Inderdaad, hij heeft ongetwijfeld hard getraind om zijn talent te optimaliseren, maar anderen werken ook hard (en sommige voetballers trainen misschien zelfs harder juist omdat ze niet over het natuurtalent van De Bruyne beschikken). Ondanks hun inspanningen verdienen deze vele anderen aanzienlijk minder. Hard werken is geen betrouwbaar criterium om te bepalen hoeveel mensen betaald zouden moeten worden. Denk aan de student die, ondanks intensief studeren, niet slaagt, terwijl anderen met minimale inspanning wel slagen. De leraar beoordeelt de studenten echter niet op inspanning, maar voornamelijk op prestatie. ‘Eerlijk loon voor eerlijk werk’ is een nobel idee, maar zo werkt het meestal niet, en dat aanvaarden we doorgaans ook. Ten derde hebben veel getalenteerde individuen simpelweg pech dat hun talenten niet door anderen worden gewaardeerd, waardoor ze weinig aandacht of geld genereren. In de literatuur wordt dit ‘wealth talent’ genoemd.[2] In de veertiende eeuw, toen voetbal niet bestond, zou niemand onder de indruk zijn geweest van iemands vermogen trucjes met een bal te doen op een grasveld. Men had toen meer kans op succes als men bijvoorbeeld fresco’s kon schilderen. De Bruyne heeft dus het geluk dat hij in de eenentwintigste eeuw geboren is, waarin veel mensen bereid zijn geld uit te geven aan voetbal. Ten vierde had De Bruyne geluk dat zijn ontluikende talent werd opgemerkt door zijn ouders, leerkrachten, vroege voetbaltrainers en scouts, waardoor hij al vroeg op het ‘juiste’ pad werd gezet. Hoeveel natuurtalenten hebben die duw nooit gekregen, en hoeveel Messi’s, Ronaldo’s en De Bruynes hebben we daardoor gemist? Ik kan me moeiteloos een voetbalwedstrijd voorstellen waarin een team van ‘onontdekte sterren’ een team van ‘ontdekte sterren’ verslaat. Ten vijfde heeft De Bruyne het geluk nooit langdurig ernstig ziek te zijn geweest of een zware blessure te hebben opgelopen. Sommige spelers met het talent om de absolute top te bereiken zijn er nooit geraakt omdat ze werden geteisterd door blessures. Denk bijvoorbeeld aan Charly Musonda. Op vijftienjarige leeftijd was hij een uitzonderlijk Belgisch talent waarop elke grote club in Europa aasde. Toch heeft hij zijn talent nooit echt kunnen verzilveren. Toen hij bij Chelsea speelde – hij deelde er de kleedkamer met De Bruyne, maar ook met Eden Hazard, nog een Belgisch voetbalgenie – werd hij door een gruwelijke knieblessure drie jaar buitenspel gezet. Musonda is het type speler dat meerdere tegenslagen heeft moeten verwerken. Door zijn blessures moest hij uiteindelijk in Cyprus spelen; niet bepaald een land dat bekendstaat om zijn succesvolle voetbalteams. In een interview met The Athletic zegt de ongelukkige Musonda: ‘Als ik volledig fit was geweest en een grotere kans had gekregen, dan hadden de dingen uiteraard anders kunnen lopen. Maar uiteindelijk is dat het leven, zo gaan die dingen…’[3] Ten zesde heeft De Bruyne het geluk ook te beschikken over een sterke wilskracht om uit te blinken. Niet iedereen is van nature gezegend met vergelijkbare energieniveaus. Sommigen zijn fysiek en mentaal sterk, terwijl anderen kampen met uiteenlopende fysieke en psychologische problemen. Wilskracht is deels aangeboren, maar hangt ook af van een stimulerende en ondersteunende familie, school en omgeving die benadrukken dat echt succes ‘tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie’ is (een uitspraak die vaak aan Thomas Edison wordt toegeschreven). Tegenwoordig kent bijvoorbeeld niemand Alexandre De Bruyn. Wat Alexandre gemeen heeft met zijn beroemde ‘bijna-naamgenoot’ is dat ook hij als een supertalent werd beschouwd. Door talrijke blessures, ongepland ouderschap en een ‘jeugddelinquente’ houding nam zijn carrière echter een andere wending, die hem uiteindelijk bracht bij KSK Lierse Kempenzonen, een voetbalploeg die uitkomt in de tweede Belgische afdeling.[4] Ondanks vergelijkbaar talent liggen het loon, succes en faam van Alexandre – net als die van Musonda – aanzienlijk lager dan die van Kevin.

Er zijn nog veel andere elementen die het succes van Kevin De Bruyne grotendeels afhankelijk maken van arbitraire factoren. Denk bijvoorbeeld aan het eenvoudige feit dat hij een man is en dat vrouwen aanzienlijk minder verdienen wanneer ze voetbal spelen, omdat zij doorgaans fysiek niet zo gebouwd zijn dat ze echt kunnen uitblinken in een populaire, fysieke en explosieve sport als voetbal. Het ‘from zero to hero’-argument houdt evenmin stand. Ja, er zijn mensen zoals Joanne Kathleen Rowling die uit het niets zijn opgeklommen – voordat ze succes had als auteur van de Harry Potter-boeken was Rowling een alleenstaande moeder die van een uitkering leefde – maar zij zijn zo zeldzaam dat ze vooral de regel bevestigen dat de transformatie van ‘zero’ naar ‘hero’ niet plaatsvindt. Ook Kevin De Bruyne is een uitzondering, aangezien hij geboren werd in een bescheiden Vlaams gezin. Zijn vader werkte in een metaalfabriek en zijn moeder werkte deeltijds bij Lunch Garden. Dus ja, hij bewijst dat een ‘gewone jongen’ het kan maken, maar ook hier is het cruciaal om te onthouden dat hij alleen zo rijk en succesvol kon worden omdat overheden en bedrijven eerder hebben geïnvesteerd in sportinfrastructuur, voetbal hebben gepromoot en de carrières van bepaalde sterren commercieel onder de aandacht hebben gebracht. Politiek filosoof Ingrid Robeyns[5] wijst er wat dat betreft terecht op dat ieders persoonlijke rijkdom uiteindelijk het product is van een collectieve inspanning. Maatschappelijke structuren creëren kansen voor sommigen en vormen obstakels voor anderen. Het talent van De Bruyne komt bovendrijven in een samenleving die al heeft geïnvesteerd in datgene waarin hij uitblinkt. Op een onbewoond eiland zou zijn voetbaltalent nutteloos zijn. Niemand overleeft lang zonder anderen. Dit geldt voor iedereen, zelfs voor de rijksten en slimsten onder ons, zoals Bill Gates. Het is dus belangrijk te onthouden dat de welvaart van het individu alleen mogelijk is dankzij wat anderen (inclusief vorige generaties) hebben ontwikkeld en nagelaten. Over mensen zoals Gates schrijft Robeyns dat het hoogst twijfelachtig is dat de huidige generatie techmiljardairs zo rijk en succesvol zou zijn geworden als overheden van allerlei landen niet eerder hadden geïnvesteerd in onderzoek ten bate van het algemeen belang. Met andere woorden: iedereen is verbonden met anderen in het heden en het verleden, waardoor de kansen die men heeft alleen mogelijk zijn omdat anderen het pad reeds hebben geëffend. De ‘selfmade man’ is een illusie. We slagen en falen samen. Dit is een principe dat aan de basis zou moeten liggen van elk herverdelingsbeleid.

 

‘Want je bent het waard…’

De Bruyne heeft zich in het verleden geregeld uitgesproken over zijn loon. In de Vlaamse podcast MidMid van 11 november 2022 bekritiseerde hij bijvoorbeeld de aandacht voor zijn salaris: ‘Ik verdien gigantisch veel geld. Maar daar wordt alleen in België over gesproken. Er worden altijd foto’s genomen wanneer de Rode Duivels samenkomen. Dat is leuk dat mensen dat kunnen zien, maar het gaat al snel over onze auto of kleren. Waarom? Dat wordt bij andere miljonairs en miljardairs in België nooit besproken. Dat zorgt er alleen maar voor dat mensen boos worden. Als een artiest miljoenen verdient voor een groot publiek, zegt niemand dat die mannen dat niet mogen verdienen. Wij spelen vaak voor 70.000 mensen…’ De Bruyne maakt zich hier schuldig aan ‘whataboutism’, waarbij kritiek niet inhoudelijk wordt weerlegd, maar wordt gepareerd met een tegenbeschuldiging of met een verwijzing naar een ander probleem. ‘Artiesten verdienen ook veel geld, dus wat is dan het probleem met voetballers die veel verdienen?’. Ook toen het contract bij Manchester City in 2025 afliep, had De Bruyne het in een interview over zijn loon. Zo hintte hij in een interview met de Vlaamse zender VTM op een mogelijke transfer naar Saoedi-Arabië. In de ‘Arabische woestijn’ zou hij in twee jaar meer kunnen verdienen dan hij in zijn volledige (succesvolle) carrière tot dan toe had verdiend. ‘Op mijn leeftijd moet je voor alles openstaan. Het gaat over bedragen die niet te geloven zijn. In twee jaar kan ik meer verdienen dan ik in de vijftien jaar daarvoor heb verdiend. Je moet nadenken over wat dat bedrag kan betekenen na je carrière’.[6] Mede omdat zijn vrouw Michèle Lacroix hem hierop wijst, voelt hij een bepaalde druk om het comfortabele leven van zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen veilig te stellen. Het is natuurlijk lovenswaardig aan de ongeboren nakomelingen te denken, maar – in zoverre het kapitaal van De Bruyne maar beperkt wordt belast – dit resulteert wel in minder of geen aandacht voor het lot van vele andere kinderen die vandaag leven en wier basisbehoeften niet worden vervuld. In het interview stelt De Bruyne dat hij zijn kinderen aanleert dat niet alle kinderen in een huis met een zwembad wonen. Ook dat is lovenswaardig, maar het is toch bovenal een cynische uitspraak. Opmerkelijk is dat De Bruyne uiteindelijk koos voor een transfer naar Napoli, waar hij slechts een kwart zal verdienen van het immense salaris dat hij bij Manchester ontving. Dat maakt van hem nog steeds een buitengewoon goed verdienende voetballer.

            Zoals aangegeven heeft De Bruyne veel te danken aan factoren die buiten zijn controle liggen. Is het dan eerlijk en rechtvaardig dat hij zoveel meer verdient dan de rest van de bevolking? Dat strookt alvast niet met de morele intuïtie dat ongelijkheden die voortkomen uit arbitraire factoren zouden moeten worden gecorrigeerd. Marktdynamieken kunnen met deze intuïtie worden verzoend via een systeem van substantiële herverdeling. Maar, is het geld uiteindelijk toch niet gewoon van De Bruyne? Hij dwingt tenslotte niemand om zulke bedragen te betalen, noch verplicht hij iemand om naar zijn voetbalkunsten te kijken of zijn shirts te kopen. Heeft hij in dat opzicht niet gewoon gelijk wanneer hij in The Guardian zegt? ‘450.000 euro… want ik ben het waard’, om de bekende slogan van L’Oréal te parafraseren? Degenen die zich scharen achter Robert Nozick[7] scharen, zullen aangeven dat De Bruyne zonder aarzelen het geld mag opstrijken. Volgens deze libertaire filosoof is het immers onaanvaardbaar dat de overheid individuen verplicht geld af te staan in de vorm van belastingen. Als mensen werkelijk ‘vrij’ zijn, dan moeten ze beschouwd worden als ‘self-owners’. Dat wil zeggen dat ze de controle moeten hebben over zichzelf en als de eigenaars van hun talenten moeten worden gezien. Dat houdt in dat ze alles kunnen opeisen wat voortvloeit uit het gebruik van hun talenten (zoals roem en vooral de grote hoeveelheden geld). Het betalen van belasting in het kader van herverdeling is volgens Nozick dan ook niks anders dan een door de overheid georganiseerde vorm van diefstal, waarbij de rijken als middel worden gebruikt om de armen te helpen. Belastingen vormen aldus een ernstige schending van het recht op zelfbeschikking. Stel bijvoorbeeld dat De Bruyne 10 uur werkt en ermee instemt om 10 euro per uur betaald te krijgen (uiteraard een vereenvoudigd voorbeeld). Stel ook dat hij 10% belastingen moet betalen. Dit impliceert dat hij eigenlijk één uur als slaaf heeft gewerkt. Hij werkte immers, maar moet 10 euro afstaan. Die situatie is vergelijkbaar met de situatie waarin De Bruyne maar 9 uur zou werken en plots van de overheid te horen krijgt dat hij één extra uur moet werken, maar het geld dat hij daarmee verdient niet mag behouden maar moet afstaan. Met deze vorm van dwangarbeid zou niemand akkoord gaan, waarom dan wel met het betalen van belastingen? Voor Nozick geldt daarom: ‘Taxation is on a par with forced labour’.[8]

Nozick stelt dat men in een vrije samenleving enkel moet kijken naar hoe ongelijkheid tot stand is gekomen. Wanneer er geen sprake is van geweld, fraude, diefstal of contractbreuk, zijn alle ongelijkheden rechtvaardig. Volgens Nozick zijn mensen dus vrij te doen wat ze willen met hun lichaam, hun vrijheid en hun geld. Dit betekent dat fans hun geld aan voetbal mogen besteden, in het volle besef dat een deel daarvan naar Kevin De Bruyne gaat. Het betekent ook dat City Football Group – een in het VK gevestigde holding met aandelen in voetbalclubs zoals Manchester City – mag besluiten spelers als De Bruyne astronomische bedragen te betalen. De staat kan dus geen aanspraak maken op geld dat iemand rechtmatig verdient. Nozick erkent echter wel de noodzaak van rectificatie, aangezien er veel ‘besmet geld’ bestaat (geld dat via vroegere en/of huidige vormen van onrechtvaardigheden is vergaard). Wat nodig is, is een soort ‘reset’ in de vorm van een eenmalige herverdeling. Zodra dit gebeurd is, zijn alle transacties en ongelijkheden rechtvaardig, zolang er geen nieuwe vormen van geweld, fraude, diefstal of contractbreuk plaatsvinden. Dat betekent dat zelfs Nozick het dus niet zou eens zijn met de huidige verdeling van welvaart. Het is pas na de rectificatie dat we het aan de vrije markt kunnen overlaten.

 

Herverdeling

Met zijn Anarchy state and utopia zette Nozick zich af tegen A theory of justice van John Rawls (1971), het boek dat de politieke filosofie vanaf de jaren 1970 grondig herijkte. Rawls ziet de zaken namelijk helemaal anders. Iemands talent behoort tot het collectief en moet worden ingezet ten voordele van de minst bevoorrechten. Rawls verdedigt het bestaan van ongelijkheden, maar alleen wanneer iedereen eerlijke en gelijke kansen heeft gehad en wanneer de ongelijkheden uiteindelijk ten goede komen aan de meest kwetsbaren (het zogenaamde ‘verschilprincipe’). Als iedereen gelijk zou worden betaald en bepaalde winsten niet langer konden worden geclaimd, is het waarschijnlijk dat weinig mensen nog arts, rechter of ondernemer zouden willen worden. Zo’n samenleving zou uiteindelijk de ‘minst bevoorrechten’ niet ten goede komen. De reden waarom artsen, rechters en ondernemers meer kunnen en mogen verdienen, heeft niets te maken met hun talent, maar met het feit dat deze beroepen het maximale voordeel opleveren voor zieken en kwetsbaren, voor wie wiens rechten worden geschonden en voor wie werkloos is. In de samenleving volgens Rawls kan aanzienlijke ongelijkheid blijven bestaan zolang het voldoende duidelijk is dat deze ongelijkheid de ‘minst bevoorrechten’ ten goede komt. Het feit dat ongelijkheid werkt in het maximale voordeel van de ‘minst gefortuneerden’ – zowel door de geleverde diensten als door de hogere belastingen die door de meest bevoorrechten worden betaald – zal volgens Rawls leiden tot verminderde sociale spanningen. De ‘zwaksten’ zien immers dat de ‘sterksten’ hun talenten niet enkel gebruiken om zichzelf te verrijken, maar om ten goede te laten komen aan de samenleving als geheel, en in het bijzonder het lot van de ‘zwaksten’.

Ingrid Robeyns, die ik eerder al vermeldde, verwerpt eveneens de libertaire logica. Hoewel ze dit niet zo expliciet zegt, denk ik niet dat ze volledig gewonnen is voor het project van Rawls (al heeft ze er duidelijk meer affiniteit mee dan met Nozick). Ze stelt onder meer dat het zogenaamde ‘trickle-down-argument’ – als we de rijken rijker laten worden, zullen zij dat extra kapitaal productief investeren en zo jobs creëren en welvaart voor iedereen verhogen – niet houdbaar is. In plaats van dat rijkdom doorsijpelt naar de middenklasse en de armen, stroomt ze omhoog naar de reeds welgestelde klassen. John Quiggin[9] heeft de trickle-down-economie afgedaan als een ‘zombie-idee’: een idee waarvan is aangetoond dat het fout is en dus dood zou moeten zijn, maar dat toch telkens weer opduikt. Ongelijkheid is, zo betoogt hij, slecht voor de economie, omdat ze kinderen belemmert in het benutten van hun economisch potentieel, sociale mobiliteit tegenhoudt en innovatie verstikt. Robeyns verwerpt ook het neoliberale idee dat innovatie enkel via de vrije markt tot stand kan komen. Ze ontkracht de gedachte dat er minder innovatie zou zijn als we de rijken belasten. Net als Mariana Mazzucato (2013) pleit ze voor een ‘ondernemende staat’. Heel vaak is private betrokkenheid bij wetenschap en technologie afhankelijk van initiële overheidsinvesteringen. De voorbeelden zijn legio: gps, iPhone, touchscreen, Siri, internet, farmaceutica, biotechnologie. Het punt is dat de overheid slimme mensen meer tijd en ruimte kan geven om te werken zonder voortdurend te moeten denken aan kortetermijnwinsten. De staat is de enige actor die risicovol onderzoek kan financieren (bijvoorbeeld via subsidies), omdat hij tegenslagen kan opvangen zonder onder druk te staan van aandeelhouders die op korte termijn rendement willen zien. Als de innovatieve impuls van de overheid onvoldoende wordt erkend, zullen uiteindelijk enkel bedrijven en investeerders profiteren van innovaties, terwijl de belastingbetalers de risico’s blijven dragen. Overheden die hun burgers vertegenwoordigen, moeten daarom de opbrengsten van succesvolle innovatie-investeringen kunnen incasseren. Door belastingontwijking door grote bedrijven verliezen ze echter een groot deel van dat ‘rendement’.

Robeyns betoogt dat de economie zo ingericht moet worden dat ongelijkheid wordt ingeperkt en dat het ‘surplus money’ – geld dat niets meer toevoegt aan de reeds welgestelde levensstijl van de superrijken – wordt ingezet om dringende basisbehoeften van armen te vervullen en collectieve actieproblemen aan te pakken (gezondheid, onderwijs, armoedebestrijding, klimaatverandering, enzovoort). Robeyns zou De Bruyne dus de boodschap meegeven dat zijn rijkdom boven een bepaalde drempel niet langer op betekenisvolle wijze bijdraagt aan zijn welzijn of levensstijl, terwijl diezelfde middelen een wezenlijk verschil zouden kunnen maken als ze worden aangewend voor urgente maatschappelijke noden. Haar ‘limitaristische benadering’ betekent niet dat iedereen hetzelfde moet verdienen. Loonverschillen kunnen worden aanvaard op basis van verschillende criteria, zoals: het maatschappelijk belang van bepaald werk; de schaarste van het talent dat voor dat werk nodig is; de mate waarin dat talent ontwikkeld is; de hoeveelheid inspanning die in een job wordt gestoken (inclusief het aantal gewerkte uren); de mate waarin het werk gevaarlijk, complex, veeleisend of bijzonder zwaar is (bijvoorbeeld nachtdiensten, permanent stand-by zijn, het opofferen van privéleven door lange afwezigheid van huis); en de verantwoordelijkheid die men draagt (bijvoorbeeld kinderbegeleiders die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid, stimulatie en opvoeding van kinderen, waarvan de eerste levensjaren cruciaal zijn voor verdere ontwikkeling). Al deze aspecten rechtvaardigen een begrensde inkomensongelijkheid – bijvoorbeeld een loonverschil tot een factor tien.

 

You never know what you’re going to get

Mag Kevin De Bruyne dus meer verdienen dan de gemiddelde persoon? Ja. Mag hij zijn astronomische bedrag ook behouden? Allicht niet. Voetbal levert, zo zou Rawls opmerken, niet het soort economische of sociale voordelen op (voor de ‘zwaksten’), noch vervult het dezelfde rol als gezondheidszorg of onderwijs. Voetbal is en blijft de belangrijkste bijzaak ter wereld. Ook Robeyns zou zijn rijkdom beperken. De Bruyne is uitzonderlijk getalenteerd, maar zou hij werkelijk slechter presteren als hij minder werd betaald? Misschien zouden bedrijven en sportclubs een verloningsplafond moeten afspreken voor CEO’s en hun topspelers? Laat de markt dus haar werk doen, maar herverdeel en/of begrens. Als Kevin De Bruyne echter voet bij stuk houdt en denkt dat hij zijn hoge inkomen waard is, raad ik hem aan om niet We need to talk about Kevin te bekijken, maar Forrest Gump (ook gebaseerd op een boek), en na te denken over wat het hoofdpersonage (prachtig vertolkt door Tom Hanks) zegt: ‘Mama always said: Life was like a box of chocolates. You never know what you’re going to get’. De Bruyne heeft geluk; maar moeten we ons levensgeluk echt laten afhangen van toeval? Neen. Sterker nog, pas wanneer we alles hebben gedaan wat in onze macht ligt om de impact van toeval te elimineren, kunnen we besluiten met een vers uit de Metamorfosen van Ovidius: ‘De rest laat ik aan het lot…’

 

 

Reageren? Mail naar: francois.levrau@uantwerpen.be

 

François Levrau is sociaal filosoof, en verbonden aan de UAntwerpen, respectievelijk als onderwijsbegeleider bij het Centrum Pieter Gillis en als docent bij het Departement Sociologie.

 

 

Referenties

Burrows, Tom (1 november 2023). Charly Musonda on Chelsea: ‘I didn’t get enough time to show what I could do’. Interview met Charly Musonda. The Athletic.

Geril, Jürgen (18 oktober 2019). Eerst supertalent van Anderlecht, dan hangjongere en op zijn 25ste eindelijk ontbolsterd bij STVV: het opmerkelijke verhaal van Alexandre De Bruyn. Nieuwsblad.

Hattenston, Simon (26 oktober 2022). ‘After a while it eats you up’: Kevin De Bruyne on dealing with the spotlight, life at home and whether he gets paid too much. Interview met Kevin De Bruyne. The Guardian.

Mazzucato, Mariana (2013). The Entrepreneurial State. Londen: Anthem Press.

Nozick, Robert (1974). Anarchy, State and Utopia. Oxford/Cambridge: Blackwell.

Quiggin, John (2010). Zombie Economics. Princeton: Princeton University Press.

Rawls, John (1971). A Theory of Justice. Cambridge: Harvard University Press.

Robeyns, Ingrid (2023). Limitarianism. Londen: Allen Lane.

Sandel, Michael (2009). Justice. New York: Farrar, Straus, Giroux.

Vleminckx, Niels & Terreur, Kristof (17 juni 2024). Hoe Kevin De Bruyne zijn miljoenen verdient en waaraan hij ze uitgeeft. De Morgen.

 

[1] De Bruyne, in Hattenston, 2022.

[2] Sandel, 2010.

[3] Burrows, 2023.

[4] Geril, 2019.

[5] Robeyns 2023.

[6] De Bruyne, in Vleminckx & Terreur, 2024; mijn vertaling.

[7] Nozick 1974.

[8] Nozick 1974, 169.

[9] Quiggin 2010.

Albert Camus over revolte en gematigde burgerlijke ongehoorzaamheid
Crisis Zonder Oordeel
Denken als revolte in tijden van crisis –...
Over rijkdom en macht in het nieuwe tijdsgewricht
Andrew Winnick over de blijvende aantrekkingskracht van Trump...
Vrijheid tegen wil en dank
Yoeri Andropov: een man die een tweede Deng...
Een einde aan de eindtijd
Een pleidooi voor historisch begrijpen
Zelfzorg en opofferingsmoraal
Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel...
Waarom net deze tijd Habermas nodig had
Religie en de moderne tijd
Werken of niet werken
Waar komt moraliteit vandaan? Een dialoog in mij
De vele levens van Ludo Abicht
Het grote raadsel van de Grote Terreur
De politieke gevolgen op lange termijn van Poetin
Onvrije wil
Fascisme in postmoderne tijden
Hoe de kaders te schetsen van een economische...
Een korte Nieuwjaarsoverdenking
Bladwijzers in Boek Europa
Hedendaagse overweging: autoritarisme
De maakbare mens
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
Rusland: een ideologie voor binnenlands, en één voor...
Een vergeten stem in de receptie van Heinrich...